Naar de inhoud
РусскийFrançaisEnglishУкраїнськаDeutschNederlandsItaliano
6 januari 2025

Kerstboodschap van patriarch Kirill van Moskou en heel Rusland

Aan de aartsherders, herders, diakens, monniken en nonnen, en aan alle gelovige kinderen van de Russisch-Orthodoxe Kerk

Geliefden in de Heer, aartsherders, eerwaarde priesters en diakens, Godminnende monniken en nonnen, beminde broeders en zusters!

Terwijl wij onze lofprijs opzenden tot de in de Drie-eenheid verheerlijkte God en met u de vreugde van dit hoogfeest delen, richt ik mij tot u, orthodoxe kinderen van onze Kerk, die in Rusland leven of in andere landen die onder de pastorale verantwoordelijkheid van het Patriarchaat van Moskou vallen. Aan allen wens ik van harte een gezegend feest van de Geboorte van Christus, het feest van de vleesgeworden liefde van de Schepper voor Zijn schepping, het feest van de vervulling van de belofte van de komst van de Zoon van God op aarde, het feest van de hoop op redding en op het eeuwige leven.

Een groot en wonderbaar wonder voltrekt zich heden: de Maagd baart, en haar schoot blijft onaangetast; het Woord wordt vlees en wordt niet van de Vader gescheiden. Engelen en herders brengen lof, en wij roepen met hen: Eer aan God in den hoge en vrede op aarde (stichira van het feest). Met deze woorden getuigt de Kerk van Christus van de geheimvolle gebeurtenis die ruim tweeduizend jaar geleden plaatsvond in de grot van Bethlehem en de loop van de menselijke geschiedenis veranderde. Vol verbazing en eerbied buigen wij geestelijk de knie voor het mysterie van het goddelijke heilsplan, dat voor het menselijk verstand ontoegankelijk is. Dankbaar aanvaarden wij deze offergave van de Schepper en van de Voorzienigheid, die haar voor ons gewild heeft, en wij erkennen haar genade, verkondigen haar liefde zonder haar weldaden te verbergen (gebed van de zegening van het water).

Wat moeten wij, christenen van de eenentwintigste eeuw, doen om deelgenoot te worden van deze waarlijk onschatbare weldaad van God en om Zijn Koninkrijk waardig te worden, dat bereid is sinds de grondlegging van de wereld (Mt. 25,34)?

Alles wat wij in dit leven kunnen en moeten doen, is op Zijn liefde antwoorden met de onze. Dat betekent geloven en God volledig vertrouwen, de evangelische geboden onderhouden, zich van het kwade afkeren en het goede doen (Ps. 33,15), zoals de Heiland het vraagt het licht van de wereld en het zout der aarde zijn (Mt. 5,13-14).

Begiftigd met een vrije wil en met het onaantastbare recht om te kiezen, kan de mens Christus zowel aanvaarden als verwerpen, aan de kant van het licht staan of zich storten in de duisternis van de zonde, leven volgens zijn geweten of volgens de beginselen van de wereld (Kol. 2,8), het paradijs in zijn hart vestigen door goede werken of, integendeel, het kwaad doen en al hier op aarde de pijnen van de hel ondergaan. Met andere woorden: ieder is geroepen tot vreugde en tot de volheid van het leven – eenvoudig gezegd, tot geluk – maar, en het is belangrijk dit te onderstrepen en te begrijpen, geluk is onmogelijk zonder God, want Hij is de bron van het leven en van alle goed. Hij is de Schepper en de Voorzienigheid, Hij is een liefhebbende Vader, onze hulp en onze beschermer. Begiftigd met een vrije wil kan de mens het leven kiezen en de Godgelijkenis bereiken, maar hij is ook vrij om een ander leven te kiezen, zonder God, zonder genade, dat hem tot zijn ondergang voert.

Daarom redt de Heer, die ons geschapen heeft, ons niet zonder onze medewerking. In het samengaan van Gods goede en volmaakte wil (Rom. 12,2) en van de menselijke wil, die weliswaar onvolmaakt is maar naar het goede streeft, ligt de waarborg voor onze goede gang over de weg van het aardse leven. Uiteindelijk is de eeuwige bestemming van ieder mens de voortzetting van de geestelijke toestand die de zijne was tijdens zijn aardse leven.

Met dit in gedachten, laten wij, naar het woord van de apostel Paulus, streven naar het verwerven van liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5,22-23) en de andere gaven van de Geest. Laten wij ons best doen christenen te blijven, niet alleen in naam maar ook door onze levenswijze, door onze verhouding tot onze ouders en onze naasten, tot onze medewerkers en collega’s, tot ieder mens die onze hulp en bijstand, ons medeleven en onze steun nodig heeft.

Elke dag, en nog meer op dit feest, zijn wij geroepen om vurig te bidden voor de vrede van de hele wereld, de stabiliteit van de heilige Kerken van God, voor de zieken, voor hen die lijden, voor de gevangenen : deze gebeden zijn vandaag bijzonder actueel, want de krachten van het kwaad, die tweedracht en verdeeldheid willen zaaien, hebben zich tegen de orthodoxie verbonden. Zij zaaien vijandschap en haat en gebruiken alle middelen om hun trouweloze plannen uit te voeren. Maar wij geloven en hopen dat door de goddelijke kracht de machteloze driestheid van de demonen en hun handlangers beschaamd zal worden. Zo is het in het verleden vele malen gegaan, en zo zal het ook nu gaan. De eeuwenlange ervaring van de Kerk overtuigt ons daarvan.

Ik betuig bijzondere dankbaarheid aan allen die thans hun pastorale dienst voortzetten in Oekraïne en trouw blijven aan de canonieke orthodoxie, soms met gevaar voor hun leven en gezondheid, aan allen die onbevreesd de weg van de geloofsbelijdenis bewandelen en smaad en verdrukking verdragen omwille van Christus en de Kerk. Moge de Heer deze dappere verdedigers en kampioenen van de Waarheid bijstaan in hun beproevingen, en moge hun lijden hun worden toegerekend als aan rechtvaardigen.

Wat er ook gebeurt, geestelijk zijn wij één. Wij zijn één, want wij zijn voortgekomen uit dezelfde doopvont. Wij zijn één, want samen vormen wij de volheid van de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Wij zijn één, want wij zijn verbonden door de onverbrekelijke banden van de liefde in Christus. Wij zijn één, want onaantastbaar is het woord van de Heiland, die gezegd heeft: « Ik ben met u tot aan het einde der tijden » (Mt. 28,20). Daarom hebben wij, christenen, niets te vrezen en hoeven wij niemand te vrezen, zoals de apostel Paulus ons in herinnering brengt wanneer hij uitroept: « Indien God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? » (Rom. 8,31). Door deze belofte geïnspireerd leven en scheppen wij, strijden en overwinnen wij in de naam van de Heer, want, zei de apostel Petrus: « Onder de hemel is aan de mensen geen andere naam gegeven waardoor wij gered moeten worden » (Hand. 4,12). Die was er niet, die is er niet en die zal er niet zijn, de Kerk getuigt het.

Sinds de komst van de Heer op aarde tot op heden kunnen allen die in Hem geloven kinderen van de hemelse Vader worden, want, zo verzekert de apostel Paulus, wij zijn voortaan huisgenoten van God, en geen vreemdelingen meer (Ef. 2,19). Dat betekent dat wij allen Zijn kinderen zijn, dat wij in Hem en door Hem verwant zijn, dat wij elkaar nabij zijn.

In de liturgie en de riten van de Kerk, die de plaats is van de ontmoeting tussen de mens en zijn Schepper, gaat de sluier open naar de eeuwigheid en kunnen wij al hier op aarde proeven van de komende volheid van het zijn, wanneer, naar het woord van de Heilige Schrift, God alles in allen zal zijn (1 Kor. 15,28), wanneer niets en niemand ons zal kunnen scheiden van de liefde van God (Rom. 8,39), van de vreugde van de gemeenschap met Hem, wanneer Hij alle tranen van hun ogen zal afwissen en de dood niet meer zal zijn, want het eerste is voorbijgegaan (Openb. 21,4).

Door de mensen het goede nieuws van de komst van de Heiland in de wereld te verkondigen, roept de Kerk, als een liefhebbende moeder, ons allen op om in Christus te geloven en te leven naar Zijn geboden, om erfgenamen te worden van de eeuwige zaligheid. Waarlijk, de Heer is op aarde gekomen om ons op te heffen naar de hemel. Onvermoeibaar biedt Hij de mensen aan de weg van geestelijke en morele gedaanteverandering te volgen door het onderhouden van de evangelische geboden, door de samenwerking van mens en God, door de werking van Zijn genade, die in de sacramenten van de Kerk wordt geschonken.

Als wij leren om in onze omgang met anderen, te midden van de werkzaamheden en zorgen van alledag, ons door de goddelijke voorschriften te laten leiden, zal er veel veranderen, niet alleen in ons, maar ook om ons heen: het leven zal zijn ware zin krijgen, zich vullen met ware vreugde en geluk.

Laten wij de naam en de roeping van christenen waardig zijn. Laten wij door het leven gaan met een vast geloof en een onwankelbare hoop op de hulp uit de hemel, ons verheugend in elke dag en in elke nieuwe mogelijkheid om het goede te doen, onze naasten liefhebbend en voortdurend dank zeggend voor alle dingen aan God (Ef. 5,20), aan wie de glorie, de eer en de aanbidding toekomen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

PATRIARCH VAN MOSKOU EN HEEL RUSLAND

Geboorte van Christus

2024 / 2025

Moskou

Boodschap in pdf

Bron